
Onderlijnmateriaal
Hier vind je alles wat je nodig hebt aan kleinmateriaal om jouw onderlijnen precies naar wens samen te stellen. Elk detail, hoe klein ook, kan het verschil maken tussen een beet en een lege dag.
<h2>Informatie over onderlijnmateriaal</h2><p>Onderlijnen zijn niet meer weg te denken uit het moderne roofvissen. In Nederland wordt overwegend gevist met <strong>gevlochten lijn</strong>. Die heeft veel voordelen: hoge breeksterkte bij een dunne diameter en direct contact met het kunstaas door minimale rek. Toch heeft gevlochten lijn een belangrijke zwakte die het gebruik van een onderlijn absoluut noodzakelijk maakt. Ze is niet bijzonder slijtvast. Komt gevlochten lijn in contact met stenen, schelpen of de tanden van roofvissen, dan breekt ze razendsnel. Om die reden zijn er verschillende <strong>onderlijnmaterialen</strong> en opbouwen, om de hoofdlijn te beschermen of het kunstaas minder opvallend aan te bieden.</p><p>Er zijn natuurlijk ook kant-en-klare onderlijnen verkrijgbaar, maar veel vissers willen hun onderlijnen volledig aanpassen aan hun eigen wensen of vertrouwen liever op hun eigen knoopwerk. Daarom zijn alle componenten van een onderlijn ook afzonderlijk verkrijgbaar, zodat je op maat gemaakte onderlijnen kunt samenstellen.</p><p>In de onderstaande uitleg beginnen we onderaan bij het kunstaas en werken we stap voor stap de verschillende componenten door die je kunt gebruiken bij het bouwen van onderlijnen.</p><h3>Snaps en snelkoppelingen</h3><p>Een snap wordt gebruikt om het kunstaas snel te wisselen. Hiervoor zijn verschillende opties beschikbaar. De meest gebruikte is de <strong>snap</strong>, die bestaat uit draad en wordt gesloten via een klein haakje. Snaps zijn er in allerlei uitvoeringen en helaas ook in sterk wisselende kwaliteiten. Als vuistregel kun je alles met gebogen plaatjes in de constructie beter links laten liggen. Die goedkope snaps buigen bij de kleinste krachten open en zijn volstrekt ongeschikt voor het spinvissen. Kleinere modellen met dik en veerkrachtig draad zijn het beste, omdat ze sterk materiaal combineren met weinig hefboomwerking. Klein nadeel: met koude, stijve vingers zijn ze lastig te openen. Dat beetje gepriegel is een droomvis echter meer dan waard. Snoek en snoekbaars hebben namelijk bijzonder krachtige kaken en kunnen te zwakke snaps razendsnel openbuigen als ze die in de verkeerde hoek raken. Bij veel fabrikanten staat de breeksterkte vermeld; kies modellen met de beste verhouding tussen formaat en draagkracht.</p><p>Naast snaps zijn er ook verschillende uitvoeringen van zogenaamde <strong>snelkoppelingen</strong> of fast attaches. Deze bestaan meestal uit spiraalvormig gebogen draad, waarop het kunstaas wordt ingedraaid. Veel van deze koppelingen zijn bestand tegen zeer grote belastingen en vormen een goed alternatief voor snaps. Bovendien hoeven ze niet geopend te worden om het kunstaas te bevestigen, wat vooral in de winter prettig is. Helaas geven pluggen met zeer grote of dikke ogen soms problemen bij het gebruik van snelkoppelingen, of je zou onverhouding grote exemplaren moeten gebruiken om die pluggen te bevestigen. In dat geval zijn snaps of snelkoppelingen in een andere uitvoering de betere keuze.</p><p>Bij bijzonder strijdvaardige vissen heeft een combinatie van een <strong>hoogwaardig wervel</strong> en een splitring zijn waarde bewezen voor het bevestigen van het kunstaas. Dit is vooral interessant voor zeevissers en bigbait-snoekvissers.</p><h3>Onderlijnmateriaal</h3><p>Het te gebruiken materiaal hangt volledig af van de toepassing. Wil je vissen op sterk gebitste roofvissen, dan kom je alleen uit bij een <strong>bijtvast onderlijnmateriaal</strong>. Staal is daarin de zekerste optie.</p><p>Stalen onderlijn is er in verschillende uitvoeringen. De eenvoudigste is een staaldraad opgebouwd uit 7 afzonderlijke draden, het zogenaamde <strong>1 x 7-materiaal</strong>. Deze onderlijnen zijn zeer bijtvast, maar krimpen en knikken vrij snel en zijn wat stijf. Ze zijn desondanks prima geschikt voor het bouwen van roofvisonderlijnen, maar moeten regelmatig worden vervangen. Uitgebreider en kostbaarder is een 49-dradig materiaal, opgebouwd uit <strong>7 x 7 draden</strong>. Dit is soepeler dan het 1 x 7-materiaal, krinkelt minder snel en geeft het kunstaas iets meer bewegingsvrijheid. Daarnaast is er ook het <strong>1 x 19-materiaal</strong>, dat qua eigenschappen tussen de andere twee in zit.</p><p>Al deze varianten zijn verkrijgbaar met of zonder coating. Met nylon omhulde onderlijndraden zijn aanzienlijk stijver, maar minder gevoelig voor krinkelen. Bovendien kunnen ze bij het bouwen van onderlijnen worden gelast, wat met ongecoate draad niet mogelijk is.</p><p>Een andere optie is onderlijnmateriaal van <strong>titanium</strong>, of nauwkeuriger: nikkel-titaniumlegering. Dit materiaal is zeer soepel en veert steeds terug in zijn oorspronkelijke vorm. Daardoor zijn titanium-onderlijnen volledig krinkelvrij en knikken ze alleen onder de zwaarste belasting. Het materiaal laat zich knopen, waardoor je zeer onopvallende onderlijnen kunt maken met weinig materiaal, ook direct aan het water. Titanium is verkrijgbaar als monodraad en als 1 x 7-variant. Het materiaal is duidelijk duurder dan staal, maar heeft betere eigenschappen en gaat bij een goede verwerking vele malen langer mee, waardoor het prijsverschil wordt gerelativeerd. Per saldo is het waarschijnlijk zelfs voordeliger. Nikkel-titanium vraagt om een zorgvuldige verwerking, omdat scherpe kanten regelmatig tot onopgemerkte breuken leiden. Dit nadeel buiten beschouwing gelaten heeft het materiaal veel voordelen ten opzichte van staal.</p><p>Ook <strong>fluorocarbonlijn</strong> is vanaf een bepaalde dikte grotendeels snoekbestendig. Gebruik daarvoor minimaal 0,90 millimeter materiaal. Gaat het enkel om weerstand tegen schelpen of stenen op de bodem, dan volstaat uiteraard ook beduidend dunnere lijn. Naast gebruik als snoek- of zeeonderlijn is fluorocarbon, dankzij zijn eigenschappen, ook uitstekend geschikt als algemeen onderlijnmateriaal voor weinig- of ongebitste roofvissen. Het heeft weinig rek, is onder water vrijwel onzichtbaar en zinkt. In combinatie met de uitstekende slijtvastheit biedt het optimale eigenschappen als materiaal voor roofvisonderlijnen.</p><p>Als het er enkel om gaat de opvallende gevlochten lijn een onopvallend en betaalbaar voorstuk te geven en er geen bijzondere slijtvastheit nodig is, dan is <strong>nylonlijn</strong> eveneens geschikt voor het bouwen van onderlijnen. Ook bij het vissen met topwater-kunstaas heb je een drijvende onderlijn nodig, waarvoor monofile nylon goed voldoet. Met hard mono is er ook een relatief bijtvaste uitvoering, die vanaf ongeveer 1 millimeter dikte ook als snoekonderlijn kan worden gebruikt. Als je echter toch al met een zinkend kunstaas vist, verdient fluorocarbon hier de voorkeur.</p><p>Tot slot verdient <strong>kevlar als onderlijnmateriaal</strong> een korte vermelding. Meervalvissers zweren hierbij, omdat dit materiaal de fijne borstelachtige tanden van de meerval goed weerstaat en toch extreem beweeglijk is. Voor andere doelsoorten wordt kevlar nauwelijks gebruikt, omdat er geschiktere materialen beschikbaar zijn.</p><h3>Wervel of onderlijnring</h3><p>Om de onderlijn met de hoofdlijn te verbinden zijn er verschillende mogelijkheden. Het meest materiaalzuinig is de onderlijn direct aan de hoofdlijn knopen via een geschikte knoop, zoals de Albright-knoop, de FG-knoop, de Bobbin-knoop, de Slim Beauty en nog vele andere. Om deze verbinding ook echt betrouwbaar te maken is wel wat oefening vereist. Een goed alternatief zijn <strong>wervels of onderlijnringen</strong>. Wie ook draaiende kunstaas zoals spinners of lepels gebruikt, of vist op meerval en andere vissen die zich tijdens het drillen draaien, plaatst het beste een kleine maar sterke <strong>wervel</strong> aan het einde van de onderlijn. Minder opvallend is een kleine onderlijnring, die altijd inzetbaar is wanneer kunstaas en doelvis zich niet draaien.</p><p>Ben je hierover niet zeker, kies dan gewoon een kleine wervel met hoge draagkracht en je bent op alles voorbereid.</p><h3>Klemhulzen</h3><p>Sommige onderlijnmaterialen laten zich goed knopen, voor andere zijn <strong>klemhulzen</strong> noodzakelijk bij de verwerking. Klemhulzen mogen nooit scherpe kanten hebben en moeten altijd passen bij de diameter van het gebruikte onderlijnmateriaal. Houd daarbij rekening met het aantal keren dat de lijn door de klemhuls wordt geleid. De klemhuls moet zo klein mogelijk zijn, zodat de onderlijndraden elkaar niet ongemerkt in de huls kruisen en bij het klemmen worden beschadigd. Let er ook altijd op dat alle klemposities van de tang over de volledige lengte van de klemhuls vallen, anders worden de uiteinden van de huls samengedrukt en ontstaan er breekpunten. Fluorocarbonlijnen kunnen het beste worden geknoopt en anders worden verwerkt met <strong>dubbele klemhulzen</strong>.</p><h3>Splitringen</h3><p>Splitringen zijn een gevoelig onderwerp. Ze zijn enerzijds bijzonder handig, maar anderzijds is de kwaliteit cruciaal, omdat zwakke splitringen gemakkelijk openbuigen en soms al tijdens het bouwen van de montage bezwijken. Kies je voor splitringen van goede kwaliteit, dan tonen die extreem hoge draagkrachten en zijn ze perfect inzetbaar bij pluggen of in ondiepe rigs.</p><h3>Overig kleinmateriaal</h3><p>Naast deze hoofdcomponenten is er nog een groot aanbod aan optioneel kleinmateriaal, zoals kralen, rubberkralen, stoppers, shallow screws en nog veel meer. Of en hoe je die het beste in jouw onderlijn verwerkt en waar je op moet letten, lees je in de betreffende informatie bij de afzonderlijke rigs.</p>








































